"De wolf is een vreemdeling, de vreemdeling is een wolf… De outsider is een wolf. De onruststoker is een wolf. De ander is een wolf. De vrouw is een wolf. De homo is een wolf. De schrijver is een wolf. De wolf is een wolf..."
Ik luister naar de filosofische lezing van Eva Meijer over de wolf in Dat Bolwerck in Zutphen. Meijer pleit voor samenleven met de wolf. De wolf kreeg een slechte reputatie door sprookjes, vertelt ze. Vaak worden we door taal en cultuur beïnvloedt, zonder dat we ons daar bewust van zijn. Waarom denken we niet positiever over wolven? Ze zijn sociaal, zorgen voor oudere of gewonde dieren, delen eten, ze zijn slim, werken samen, communiceren.
Er zijn tegensprookjes nodig, om onze houding tegenover de wolf - tegenover de natuur - te veranderen. Daarin ligt een belangrijke rol voor de kunstenaar, schrijver, filosoof, zegt ze.
De dag na de lezing zocht ik op internet naar filosofen die een voorbeeld waren voor kunstenaars. Bij het zoeken kwam ik een boek tegen met de veelzeggende titel: Wie is er bang voor Simone de Beauvoir? De Beauvoir onderzocht waarom vrouwen in de geschiedenis vaak als 'De Ander' zijn behandeld. Daar was het weer: De vrouw. De Ander. De wolf.
'We zouden de wolven onze excuses aan moeten bieden', eindigde Meijer haar lezing.
Eva Meijers lezing in Zutphen was deels gebaseerd op eerder werk: De weer-wolf als schrijver, Blamanlezing, 2020.
