Het grote verschil tussen bomen en mensen is toch dat wij kunnen lopen. Een boom blijft staan, tachtig, honderd, vijfhonderd jaar en langer – geef ze de kans eens. Houden bomen om die reden van gezelschap? Kijken ze met enige weemoed de warmbloedigen na als die voorbij komen wandelen of langsrennen als hazen en reeën?
Nodigt een boom je uit om te komen rusten op een paar stevige wortels? Net als een woordenloos gesprek bij oma op schoot. Wellicht zijn bomen prettig oordeelloos, omdat ze al wat langer meegaan, en ze zich niet druk maken over futiliteiten.
De laatste tijd sta ik wat vaker stil bij bomen. De helden uit het bos van mijn kindertijd. Kolossen die respect afdwingen, soms lieflijk, soms donker. En af en toe ga ik bij een boom zitten, aangemoedigd door bomenman Jeroen Heindijk. Het bos is voor hem een tweede thuis (of misschien wel meer thuis dan welke plek dan ook).
Voel je welkom, bij bomen, de oudste levende wezens op onze planeet.
De beuk voelt stevig. In tegenstelling tot de boom blijf ik niet op mijn plek. ‘Ik ga weer verhuizen, helemaal naar de andere kant van het bos…,’ denk ik, met mijn rug tegen de schors. Dat is best spannend. Maar jij kan dat, vertrouwt de stille reus me toe.
Slingers
In de herfst is het bos een kleurenspektakel. Bladeren krijgen de mooiste tinten geel, oranje, rood. Maakt het bos daarmee indruk op ons, zodat we uit onze huizen komen? Ze hangen de mooiste slingers op, zodat we samen met hen de oogst komen vieren, jubelen over hun vruchten en er onze eigen kransen mee maken.
Een volwassen eik laat elk jaar duizenden, tienduizenden eikels vallen. Daar groeien maar een paar nieuwe eiken uit. Vooral is het voeding in overvloed, voor de varkens in het bos, eekhoorns en muizen, vogels. Pure rijkdom! Hier zorgt iemand voor de hele gemeenschap. Op en rond volwassen bomen leven honderden, duizenden dieren en ontelbare micro-organismen.
Het vraagt wel om de juiste omstandigheden. De tijd en ruimte om te groeien. Zon en water. Vruchtbare grond. Een beetje wind.
Bomen leven ons voor wat een creatief leven is, na een lange winter uit te barsten in een bladerbombardement.
Kijk omhoog
De boom kijkt omhoog en ziet een lucht zo blauw als water. En daar in de hemel staat de zon. De boom is een grote zonnecollector die energie opslaat in zijn wortels. Boomwortels zijn net een ondergrondse batterij.
In het najaar sluit de boom zich af voor kou en wind. Als de sapstromen stoppen, verdwijnt het groen uit de bladeren en blijven de herfstkleuren achter. Bladeren vallen, omdat de boom een kurklaagje maakt op de kruising van bladsteel en tak, waardoor blad houvast verliest. Bij een zuchtje wind dwarrelen de blaadjes naar de bodem. Dat scheelt massa en maakt de boom minder vatbaar voor najaarsstormen.
Terwijl de eik ogenschijnlijk in winterslaap gaat, maakt hij al knoppen aan. Niet alle energie gaat naar de wortels, in de knoppen verzamelt hij plannen voor het nieuwe jaar.
‘Spaar je energie, maar neem wel tijd om te dromen,’ denk ik, terwijl ik door het bos slenter en opeens overal knoppen zie. (Ik droom van mijn nieuwe woonkamer en in gedachten verf ik een muur groen als het bos.) De droom gaat vooraf aan de realisatie. Bomen kennen timing.
Een goede oogst is niet vanzelfsprekend. Pas wanneer de omstandigheden ideaal zijn en de eik voldoende reserves heeft opgebouwd, maakt hij uitbundig veel eikels.
Dus maak je vooral geen zorgen, als er in de tussenliggende jaren geen eikels zijn!
